Met veel moeite rolt hij zich om in zijn bed en tuurt hij naar de groene cijfers op de wekker. ‘Half vijf en weer klaarwakker. Mooi is dat. Iedere ochtend hetzelfde liedje.’ mompelt hij.

Naast zich hoort hij stevig geronk. ‘En die herrie helpt ook niet. Ik ga d’r maar weer uit.’ Hij gaat op de rand van het bed zitten en glijdt met blote voeten in zijn pantoffels. Die hij gisteravond al heeft klaargezet. Net als altijd. Kaarsrecht naast elkaar. De linker links en de rechter rechts.

Heel zachtjes, om Lenie niet te wekken, trekt hij zijn badjas aan en schuifelt hij de gang in. Naar de badkamer om te plassen. Als hij achteruit op de koude toiletbril ploft wacht hij een seconde of tien waarna hij kreunt en er een klein straaltje volgt. ‘Dat was vroeger ook wel anders. Toen kon ik een volwassen vent van zijn fiets pissen’ grinnikt hij.

Terwijl hij in zijn pyjama de trap af loopt knakken zijn stramme knieën bijna met hetzelfde ritme als het tikken van de oude klok in de gang. De klok die om de een of andere reden trouwens steeds luider lijkt te gaan tikken. Beneden in de woonkamer schuift hij het zware gordijn een stukje opzij en kijkt hij de donkere straat in. Het enige wat hij ziet zijn de silhouetten van auto’s die beschenen worden door het licht van lantaarnpalen. Als hij omhoog kijkt ziet hij in de verte de dageraad al die langzaam de nacht weg lijkt te willen duwen. Hij beseft dat hij zachtjes de eerste vogels alweer hoort fluiten.

Koffie

Dan loopt hij naar de keuken om koffie te maken. Net als altijd. Op de tast vindt hij het lichtknopje en knipt hij het licht aan. De TL buizen komen onrustig zoemend en knipperend tot leven. Alsof ze lijken te protesteren omdat ze eigenlijk nog in diepe slaap waren. Zoals altijd knijpt hij met zijn ogen om ze te laten wennen aan het felle neplicht. Als op de automatische piloot voert hij alle handelingen uit: keukenkastje open, koffiezakje pakken, water in het apparaat, twee scheppen koffie. Zodra het koffiezetapparaat begint te pruttelen dwalen zijn gedachten langzaam af naar zijn allereerste kop koffie, heel…heel lang geleden.

‘Assjeblief jongen, een lekker bakkie. Suiker en melk staan daar.’ Het is zijn allereerste werkdag en hij durft niet aan de koffiejuffrouw op te biechten dat hij nog nooit een druppel koffie heeft gedronken. Onwennig gooit hij drie scheppen suiker en een flinke scheut melk in de mok. Waarbij hij probeert uit te stralen dat hij dat al honderden keren op precies dezelfde manier heeft gedaan. Als hij voorzichtig van de hete koffie nipt lopen de rillingen over zijn rug. Zodra hij zeker weet dat de koffiejuffrouw hem niet meer ziet trekt hij een grimas. ‘Niet te pruimen! Waarom drinken mensen dit?’ vraagt hij zich af. Dan hoort hij zijn naam: ‘Cor, waar zit je jongen? Werk aan de winkel! Ik betaal je niet om koffie te drinken.’ Het is zijn oom Charles.

‘Zie je die stapel papieren daar? Dat zijn allemaal facturen die gesorteerd moeten worden. Op alfabet. Dus de namen die met de letter A beginnen moeten in deze map met de letter A er op. En zo verder. Ken je het alfabet eigenlijk al jongen?’ ‘Ja, natuurlijk oom’ zegt hij bedremmeld. ‘Grapje Corretje. Niet zo serieus jongen!’ zegt oom Charles waarna hij hem hard op zijn rug slaat en wegloopt. Zodra hij weer alleen is begint hij alle papieren te sorteren. Het is een flinke stapel. Op ieder papier staan meerdere namen en soms is het helemaal niet duidelijk welke naam hij nu moet gebruiken voor het sorteren. Omdat hij het eigenlijk ook niet aan iemand durft te vragen kiest hij telkens maar een die hem het meest logisch lijkt. Zo legt hij langzaam alles op volgorde.

Eigenlijk vindt hij het best een aangenaam eerste klusje en na een dik uur sorteren is hij helemaal klaar. Trots kijkt hij naar de lege plek waar een uur geleden nog een stapel papier lag. ‘Werken is eigenlijk best leuk’ denkt hij. Dan gaat hij op zoek naar oom Charles om te vertellen dat hij klaar is voor de volgende klus.

Super Opa

De sterke geur van verse koffie doet hem weer terugkeren naar het heden. Hij pakt zijn favoriete mok uit de kast en schenkt hem tot de rand toe vol. ‘Al 75 jaar en nog steeds een Super Opa’ staat er op. Hij heeft hem vorig jaar van zijn kleinzoon gehad voor zijn verjaardag. Ruben noemt hem om de een of andere reden nog steeds ‘Super Opa’. Al is hij daar waarschijnlijk zelf de oorzaak van vanwege de sterke verhalen die hij Ruben vroeger altijd vertelde over zijn jeugd. Vertelde. Want zo vaak ziet hij zijn kleinzoon tegenwoordig niet meer. Maar vandaag gelukkig wel. Want over een paar uur worden ze opgehaald om bij de diploma uitreiking van Ruben te zijn.

‘Na al die jaren hebben ze nog steeds niets beters uitgevonden dan die stevige bak koffie om de dag mee te beginnen’ denkt hij. Terwijl hij, slurpend van zijn hete koffie, naar de woonkamer loopt en aan de eettafel plaats neemt denkt hij ‘wat heb ik gisteren ook alweer gedaan? Oh ja, ik heb eerst sinaasappels gehaald en daarna twee broden bij de bakker op de dijk. Toen kwam ik Dirk nog tegen en heb ik daar even een praatje mee gemaakt. Toen heb ik de aardappels geschild en op het vuur gezet en hebben we daarna gegeten. Wat hebben we ook alweer op tv gezien?’ Buiten wordt het langzaam steeds lichter. De vogels vinden dit schijnbaar leuk want die beginnen steeds uitbundiger te kwetteren.

Dan hoort hij plotseling een voordeur hard dicht slaan. Een paar huizen verderop. Nieuwsgierig loopt hij naar het raam en loert hij naar buiten. Het is de buurman van drie deuren verder. Hij ziet hem – kaalgeschoren hoofd, baardje, blauw colbert en een zwarte laptoptas – haastig naar zijn auto lopen. Waar hij in stapt en waarmee hij binnen een paar seconden hard weg rijdt. ‘Waarom altijd die bloedspoed? Alsof de duvel hem op de hielen zit’ denkt hij.

De bibbers

Plotseling voelt hij ze aankomen. Vanuit zijn benen kruipen ze langzaam naar zijn onderbuik. En dan omhoog. Net op tijd valt hij in de luie stoel die vlakbij het raam staat. Hij voelt zijn hart bonzen en zijn keel nauwer worden. Als hij naar beneden kijkt, naar zijn handen, dan ziet hij deze ongecontroleerd beven. Bijna alsof het de handen van iemand anders zijn. Hijgend merkt hij dat zijn ogen moeite hebben met focussen. Zijn hoofd voelt dof en het lijkt alsof er miljoenen mieren onder zijn schedeldak kruipen.

‘De bibbers! Nee hè, niet nu. Inademen…uitademen…inademen…uitademen’. Na een paar minuten voelt hij het weer wegtrekken. Net zo snel als het op kwam zetten. Als hij naar zijn handen kijkt dan ziet hij dat ze inderdaad niet meer beven. Op zijn rug voelt hij langzaam een straaltje zweet naar beneden lopen.

Terwijl hij in de stoel zit bij te komen hoort hij de klok in de gang heel duidelijk tikken. Zijn gedachten dwalen weer af. TIKTIKTIK….TINGG…TRRRR. Hij zit in een grote open ruimte met allemaal dames om hem heen. Het is de typekamer van het bedrijf van oom Charles. Achter rijen bureaus zitten tientallen dames snel en geconcentreerd te typen. De meesten in keurige jurken en met tien roodgelakte nagels. Er wordt niet gepraat. Het getik en geratel is het enige wat te horen is.

Betovering

Oh ja, soms hoort hij nog andere geluiden. Om de paar seconden gaat er ergens een schel belletje waarna de typiste met haar hand tegen het uitstekende gedeelte van de typemachine duwt om het – met veel geratel – weer terug naar het begin van de volgende regel te duwen. Ook hij zit achter een typemachine en probeert te typen. Met twee vingers. Het gaat hem redelijk af, al beseft hij dat het tempo erg laag ligt. Hij wil alleen geen fouten maken omdat hij weet dat hij dan weer helemaal opnieuw kan beginnen. ‘Timmerbedrijf Veenstra. Drie vadem hout. Blank eiken.’ Net als hij zich probeert voor te stellen hoe drie vadem eiken er uit ziet hoort hij: ‘BZZZZZZZ’. De zoemer. Lunchtijd!

Het geluid van de zoemer wekt de typende dames uit hun betovering. Van tikkende machines veranderen ze weer in mensen. Direct komen de gesprekken op gang en lopen ze gezamenlijk naar de kantine. Hij blijft nog even zitten en doet net alsof hij nog iets af moet maken. Pas als hij weet dat ze allemaal weg zijn schuift hij zijn stoel achteruit en kijkt hij om zich heen. Wat ziet het kantoor er zo anders uit! Zonder al die bedrijvigheid. Even geniet hij van de rust en haalt hij diep adem. Het klikkende geluid van een aansteker en de scherpe geur van een sigaret doet hem beseffen dat hij toch niet alleen is. ‘Zo jongen, moet jij ook geen boterham eten?’ vraagt chef Pietersen. Hij zit aan een groot bureau, voorin de ruimte en trekt aan een sigaret. ‘We hebben maar dertig minuten pauze hoor. Iedere minuut dat je niet op je boterham kauwt is verspilde tijd’ zegt hij met een lachje. ‘Euh, ja ik ga al’ stamelt hij. ‘Hoe gaat het Cor? Vind je het werk leuk?’ vraagt Pietersen. ‘Ja, ja zeker!’ zegt Cor terwijl hij op staat. ‘Je zit je tijd te verdoen tussen al die typende troela’s jongen. Ik zal eens aan Charles vragen of hij geen echt mannenwerk voor je heeft’ zegt Pietersen. ‘Goed hoor. Ik ga eten, tot zo’ zegt hij terwijl hij door de gang heen naar de kantine loopt.

Dan hoort hij zachtjes gekraak. Het zijn de planken van de vloer in de slaapkamer boven. Hij beseft opeens dat hij in zijn luie stoel voor het raam zit te mijmeren. Buiten is het al bijna helemaal licht en Lenie is wakker.