Het was nogal een bijzonder tafereel. De oude man met hanekam stond op het grote plein voor de Dom van Trier. Om hem heen stond een tiental felgekleurde plastic wasmanden, gevuld met zeepsop.

In zijn handen had hij twee lange stokken die aan het boveneinde met zwarte touwen aan elkaar vast zaten. Tussen die zwarte touwen waren diverse openingen zichtbaar. Sommige hadden de afmeting van een voetbal. Anderen waren groter.

Hanekam en een plat Engels accent

Sierlijk – voor zover mogelijk voor een oude man met een hanekam en een plat Engels accent – doopte hij de touwen in een van de emmers waarna hij ze boven zijn hoofd hield en horizontaal heen en weer bewoog. Het gevolg was dat er een prachtig schouwspel ontstond van allerlei zeepbellen. Meer dan ik in mijn hele leven bij elkaar heb gezien.

Sommige bellen waren zo groot dat mijn jongste dochter er gemakkelijk in zou passen. Die zweefden statig de lucht in, helemaal tot de bovenaan de eeuwenoude torens van de Dom. Andere bellen waren kleiner maar kwamen wel met honderden of duizenden tegelijk. Een tsunami van zeepbellen! De man had er zichtbaar plezier in en probeerde zo mooi mogelijk vliegende kunstwerken te maken. En zo de kinderen – en stiekem ook de volwassenen – te vermaken.

Bubble Boy

Mijn dochters hadden dan ook de tijd van hun leven. Voor hun was de uitdaging om, samen met andere kinderen, achter de zeepbellen aan te rennen en ze zo snel mogelijk te laten knallen. Ondertussen zag ik in mijn ooghoek dat de ouders van de spelende kinderen veel geld lieten rinkelen in het potje van de ‘hanekam-man’. Of moet ik zeggen ‘Bubble Boy’?

Schuimkraag

Opeens zag ik voor me hoe deze man een paar jaar geleden aangeschoten met zijn maten in een kroeg zat. Ergens in een duistere achterbuurt van Londen. Een paar jaar eerder was hij zijn baan verloren als bouwvakker. Nu zocht hij zijn heil in de Pints met Guinness en Lager.

Denkend hoe het nu verder moest met zijn leven keek hij eens diep in de vijfde halve liter bier die die dag voor zijn neus stond. Hij staarde wat naar de kleine belletjes in de schuimkraag en had opeens een ingeving. Snel gooide hij wat kleingeld op de bar en waggelde hij naar de dichtstbijzijnde buurtwinkel om plastic wasmanden te kopen en afwasmiddel. Zijn maten liet hij in verwarring in de kroeg achter. Die hebben hem daarna nooit meer gezien.

Zou het zo gegaan zijn? Ik weet het niet. Maakt ook niet uit. Ik ben hem in ieder geval dankbaar voor de vrolijke entree in deze bijzondere, oude stad. Cheers, Bubble Boy!