buffet

Knakworsten met croutons, mayonaise en chocoladesaus. Dat had mijn oudste dochter op haar bord vanmiddag. Mijn jongste had een roomsoesje met kipnuggets en een plakje brie er naast. Met smaak zaten ze het allemaal op te eten. We waren met de familie bij een buffet restaurant voor een heerlijke brunch.

Ik zat ondertussen met een glas Prosecco voor mijn neus en een bord vol: mosselen (met verbazend weinig saus), Ceasar salad en aardappelkroketjes.

Toen ik om me heen keek zag ik meer van dat soort rare combinaties. Geen ‘fusion cooking’ maar ‘fusion eating’. Alle werelddelen en smaken naast elkaar op je bord. Daar kunnen ze schijnbaar allemaal vredig naast elkaar leven.

De kinderen worden trouwens altijd prima vermaakt in zo’n restaurant. Vanmiddag mochten ze film kijken en ondertussen koekjes bakken en cupcakes maken. Ik was best jaloers!

Want wat ik altijd wel jammer vind is dat wij als volwassenen niet vermaakt worden. Ik bedoel: ik zou best willen tafeltennissen tussen de roomsoesjes en zalmfilet door. Of stoepranden na de scholfilet en voor de chocoladetaart. Misschien een idee voor een nieuw restaurant concept? Spelletjes voor de volwassenen?

Ik moet eerlijk zeggen: als ik naar zo’n buffet loop raak ik altijd een beetje in paniek. Ik pak dan eerst een bord (wat soms loeiheet en nat is zodat ik het bijna uit mijn handen laat pletteren) en loop vervolgens als een kip zonder kop tussen de bakken met gerechten door. “Wat moet ik nu nemen?” Ik zie allemaal lekkere dingen. Ravioli? Zalm? Salade? Zoete broodjes? Kan dat bij elkaar op een bord? Ach, met een kwak mayonaise erbij (of chocoladesaus) smaakt dat volgens mij best goed.

Vaak sluit ik gewoon maar aan bij een rij mensen. Want waar een rij staat zal wel wat goeds te halen zijn, toch? Meestal kom ik er dan achter dat ik aan de verkeerde kant van de rij ben gaan staan zodat ik weer om moet lopen om de juiste op te gaan – met de meute mee – langs de bakken met voedsel.

Een andere strategie is dat ik een bekend gezicht zoek. Een familielid die ergens bij een dampende bak staat. Dan kijk ik wat hij of zij neemt en als me dat aanspreekt schep ik ook op. Zo werd ik dankzij mijn broer (een ervaren buffetloper) geattendeerd op de mosselen.

Dan is het de uitdaging om met je volle bord terug te lopen naar je tafel. Ik balanceerde vanmiddag mijn volle bord met mosselen (en saus) op mijn hand. Ondertussen kinderen ontwijkend die over de grond kropen, oma’s die met rollators voorbij raceten en obers die met volle dienbladen langs renden.

Ondertussen klotste de mosselsaus van mijn bord op het dure tapijt en trok ik een spoor vanaf het buffet terug naar de tafel. Als Hans en Grietje het destijds met mosselsaus hadden gedaan in plaats van broodkruimels hadden ze zo de weg terug weer kunnen vinden. Ach, dan kan ik zelf in ieder geval het buffet weer gemakkelijk terug vinden dadelijk. Ik wil zo – na de mosselen – namelijk nog wat plakken van die chocoladetaart.