Afgelopen week was ik thuis aan het werk toen ik een berichtje kreeg van mijn vrouw: “er brandt een geel lampje in je auto met een uitroepteken”. Ik zuchtte even diep. Want als ik ergens een hekel aan heb zijn het lampjes die in mijn auto gaan branden. En al helemaal gele lampjes met een uitroepteken.

Toen ze me even later een foto stuurde kon ik opzoeken wat het euvel was. Omdat ik geen zin had om de handleiding van mijn auto te zoeken downloadde ik hem snel van het internet en scrolde ik door naar het hoofdstuk ‘waarschuwingslampjes’. Bij het betreffende lampje stond “Waarschuwingslampje remsysteem (geel). Geeft aan dat er een storing is in: het regeneratieve remsysteem of het elektronisch geregelde remsysteem. Laat de auto onmiddellijk controleren door een erkende Lexus dealer of herstellen/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.”

Ik was vooral verbaasd dat de deskundige uitgerust moet zijn voordat hij het lampje kan controleren. Maar goed, een storing aan het remsysteem klonk ook niet echt prettig. En inderdaad best vermoeiend. Daarom belde ik de servicedesk van de leasemaatschappij en zat ik de ochtend daarna achter een bak garagecappuccino bij het servicecentrum te wachten tot mijn auto ‘uitgelezen’ was. Starend in het zepige cappuccinoschuim verlangde ik terug naar de tijd dat auto’s nog niet konden lezen. Dan hoefde ik ook nooit te wachten tot ze uitgelezen waren.

Enthousiast kwam de man van de garage naar me toe “het lampje is uit!” “Oh, wat was het probleem?” vroeg ik blij. “Geen idee, we konden niks vinden en hebben het lampje uitgezet.” Wat een vakmanschap! Heerlijk. Lekker pragmatisch. Even later was ik weer onderweg naar huis.

Een paar dagen later kreeg ik weer een berichtje van mijn vrouw “het lampje brandt weer.” “Met uitroepteken?” vroeg ik nog voorzichtig. “Met uitroepteken ja!” Zo zat ik de ochtend daarop weer achter een kop Lexuscappuccino te wachten tot mijn auto uitgelezen was. Ik heb ondertussen een van de meest belezen auto’s ter wereld.

Lachend kwam de Lexus man naar me toe. Hij vroeg “hebben ze bij de andere garage niet even doorgezocht zeker?” “Euh…nee.” antwoordde ik. “Hoezo?” Er ging bij mij ook nog geen lampje branden. “Als ze dat wel gedaan hadden, hadden ze namelijk gezien dat de bandenspanning te laag was” ging hij door. “Het lampje geeft aan dat de banden te zacht zijn. Dus ik heb ze opgepompt.” zei hij. “En is het lampje nu uit?” vroeg ik voorzichtig. “Ja, dat is uit.” stelde hij me gerust.

Toen ik wegreed weet ik zeker dat die man tegen zijn collega’s zei “dat is ook geen licht die vent….” Maar dat kunnen ze beter tegen die lampjes van het servicecentrum van de leasemaatschappij zeggen! (met uitroepteken) Ken je trouwens die grap: “hoeveel automonteurs heb je nodig om een lampje te vervangen?” Het antwoord: “Geen, want ze moeten eerst de banden oppompen.”